AMBARAWA

JANUARI 1945
Nipse jaartelling 2605

Hieronder een verhaaltje uit het ‘Dodenkamp’ Ambarawa 6 in januari 1945, nipse jaartelling 2605. Hoe actueel!!

HELDEN IN EEN ZOMBIEWERELD.
 
Dieper zakte het kamp de zombiewereld in, de wereld van de levende doden. Nog steeds twee keer per dag appèls. De kampcommandant liet zich niet meer zien, maar de schrik zat er zo in dat de Hollandse hancho’s mechanisch uitvoerden wat hen was opgedragen. Apathische vrouwen die voor Hollandse vrouwen bogen op nipse commando’s. De waanzin ten top, maar ze durfden niet anders, ze wisten niet anders, zo waren ze geconditioneerd.
 
Het leven in het kamp begon steeds meer te vragen van de vrouwen en meisjes, iedereen raakte meer en meer verzwakt, en iedereen leed aan ernstige ondervoeding.
 
Sommige vrouwen wogen zwaarder dan ooit… oedeem in hun benen en vaak ook in hun buik. De ziekenzalen waren afgeladen vol en de enige dokter en haar verpleegsters sliepen nauwelijks, werkten de klok rond en demonstreerden een staaltje plichtsbesef en doorzettingsvermogen dat zijn gelijke niet kent.
Iedereen fluisterde wel eens…
‘Als we hier ooit uitkomen… moeten die dames een ridderorde van de Koningin krijgen.’
 
Zij waren echte helden en een voorbeeld waar anderen zich aan optrokken.Heldenmoed zag je  niet alleen op het slagveld… ook in de kampen werden bovenmenselijke prestaties verricht.
 
Helaas leek het dweilen met de kraan open, er was gebrek aan alles en met name aan medicijnen. Zij konden ondanks hun tomeloze inzet niet voorkomen dat er steeds meer doden moesten worden versjouwd en begraven.
 
En dat was werk voor andere helden, de jonge vrouwen. Zwaar en gevaarlijk werk, want er waren geen lijkkisten, dus de dode lichamen moesten op gammele brancards, terwijl het lijkenvocht er vanaf droop, naar de ossenwagens worden gesjouwd. Na het vertrek van de jongens was ook uitdiepen van de slokans en uitladen van voedsel een taak voor deze meisjes.

Apathische vrouwen die voor Hollandse vrouwen bogen op nipse commando’s. De waanzin ten top, maar ze durfden niet anders, ze wisten niet anders, zo waren ze geconditioneerd.

Er ontstonden ruzies en vechtpartijen tussen de vrouwen, die nu met duizenden opeengepakt in het kamp lagen te verrotten. Het omstoten van een kopje water kon al aanleiding zijn voor een knokpartij, waarbij volwassen vrouwen krijsend en krabbend over elkaar heen tuimelden en zonder rem op elkaar insloegen.

Gelukkig waren er altijd weer anderen die de dames uit elkaar haalden en de ruzies wisten te sussen… nog wel… want het was duidelijk dat deze samenleving naar de rand van de afgrond holde.

Temidden van deze ellende scharrelden Suharti, Sjugito en moeder Stien rond. Sjugito was nog steeds de clown van de barak en leek onaantastbaar voor de ellende om hem heen.

Stien probeerde zich nuttig te maken voor de gemeenschap. Ze ging zo vaak ze kon met vriendin Han mee naar de zieken, al was het slechts stervensbegeleiding… de hand vasthouden van een uitgemergelde dysenterie patiënte of het voorhoofd deppen van een opgezwollen dame wier longen werden verpletterd door de druk van al dat water dat ze niet kwijt kon en letterlijk verdronk in haar eigen vocht.

De onorthodoxe manier waarop Stien wonden genas, werd ook in de ziekenzalen toegepast.

Eerst was de dokter sceptisch, maar bij gebrek aan beter en door het wonderbaarlijke succes, ging zij overstag.

Velen hadden tropische zweren die moeilijk te genezen waren, vreselijk stonken, diep in het vlees drongen en pezen en zenuwen vernielden – een paar maden van Stien vraten in één nacht het dode, etterende vlees èn de ziekmakende bacteriën op, waardoor de wond schoon werd, het zweren ophield en genas!!

...een paar maden van Stien vraten in één nacht het dode, etterende vlees èn de ziekmakende bacteriën op, waardoor de wond schoon werd, het zweren ophield en genas!!