ERIK EN "DE OOST"

ERIK, WAT VIND JIJ EIGENLIJK VAN DE FILM "DE OOST"?
Lang heb ik de vraag kunnen ontwijken. 
Die is namelijk niet eenvoudig te beantwoorden en het onderwerp doet pijn en geeft verdriet. 
Daarom liet ik het liever aan anderen over. 
Nu kwam die vraag toch; ‘Becking, wat vind jij van De Oost?’ 
Ik besloot te antwoorden, en, sorry… dat kan niet kort!
Mijn perspectief.
Om te beginnen; ik ben al enkele jaren in de rouw. Onder de glimlach een dik verdriet. Vanaf het moment dat de overheid en de door haar gefinancierde instanties een koers kozen, die is ingegeven door juristen, economen en een bepaalde soort historici.
 
Kort samengevat; het rapport ‘Ongekend Onrecht’ ging over het drama kinderopvangtoeslag. Een zelfde soort ONGEKEND ONRECHT IS èn WORDT ÓNS aangedaan.
 
Ik ben 67 jaar en geniet van een pensioentje, dat mij in staat stelde een boek te schrijven over de lotgevallen van mijn grote Indische familie.
 
Mijn leven begon in het plaatsje Manokwari op Nederlands-Nieuw-Guinea. Daar ben ik, samen met broertje en zusjes, tussen de Papua’s opgegroeid in de bossen achter het plaatsje. Wij zijn kinderen van twee zwaar getraumatiseerde Indo-pioniers, die ÁLLES van Hirohito èn Sukarno hebben meegemaakt. Ondanks tegenwerking van het gouvernement zijn zij op het ‘Thuisland van de Indo’s’, Nieuw-Guinea, terecht gekomen, waar zij uit het niets een bestaan opbouwden.
Om de band te schetsen tussen mijn familie en de Papua’s en in het bijzonder met Barent Mandatjan, oprichter van de OPM, ook bekend als ‘Kepalla Matjan’, vanwege zijn tijgerachtig uiterlijk èn zijn moed!
 
Over die moed van Barent het volgende; samen met zijn broer Lodewijk heeft hij meegevochten met de gevechtsgroep Kokkelink tegen de Jappen. Zij hebben zich nooit overgegeven en hebben zelfs een groot aantal vrouwen en kinderen uit een concentratiekamp bevrijd.
 
De ‘BRONZEN LEEUW’ is één van de allerhoogste dapperheidsonder-scheidingen, die bij hoge uitzondering wordt uitgereikt aan militairen wegens betoonde moed, beleid en trouw.
 
Het was een grote zeldzaamheid dat een burger door Koningin Wilhelmina met deze medaille werd geëerd.
 
Wat nog veel zeldzamer en bij bijzonderder was… dat deze medaille werd uitgereikt aan een Papua… daar waren er maar twee van op de hele wereld… Barent en Lodewijk Mandatjan!
Barent was onze beschermheer in het oerwoud boven Manokwari en vriend van mijn vader. Bij ons afscheid kreeg hij zijn ‘Kaliber 12’, zijn jachtgeweer. Barent noemde één van zijn dochters naar mijn vader. Deze Papuavrouw, Becking Mandatjan, woont nu in het huis waar wij woonden.
 
U begrijpt de pijn om de respectloze behandeling door Bronbeek van de Vlag van de Gevechtsgroep Kokkelink.
 
De VN besloot over ons geboorteland Nieuw-Guinea en wij moesten wederom op de vlucht! Met grote moeite en op het nippertje lukte het mijn vader passage te boeken, op voorschot van het Rijk, want al zijn geld had hij in het onverkoopbare bedrijf en landgoed zitten.
 
We kwamen in Nederland aan en werden opgevangen in een houten barakkenkamp. Ongeschoolde vader en grote financiële schuld, terwijl hij nog 3,5 jaar salaris uit de Jappentijd te goed had. De schuld werd groter, we hadden kleding nodig en een huis om in te wonen, dat volgens NL-maatstaven moest worden aangekleed en ingericht.
 
Foto: Brenschutter Karel Becking vlak voor hij zelf werd neergeschoten!

Ongeschoolde vader en grote financiële schuld, terwijl hij nog 3,5 jaar salaris uit de Jappentijd te goed had......

Hierdoor zijn wij, de kinderen, in armoede opgegroeid. Gelukkig waren we goede jagers en vissers, anders hadden we ook nog honger gehad.
 
Wat de kinderen uit het kinderopvangdrama meemaken, daar heb ik goed beeld bij. Ik heb namelijk ook in een zelfgenaaid sportpofbroekje van gordijnstof van ongeveer de juiste kleur moeten voetballen!
 
Onmiddellijk na de middelbare school ben ik als beroepsmilitair het leger ingegaan. Had daar wel aanleg voor, begon als onderofficier en was binnen de kortste keren kapitein. Mijn land dienen door de aan mij toevertrouwde dienstplichtige jongens op te leiden en vooral te vormen, dát was mijn passie.
 
De Koude Oorlog ging voorbij en ik voorzag dat de dienstplicht, mits goed uitgevoerd, één van de grootste zegeningen voor een land, zou worden opgeschort. Ik geloof niet in een beroepsleger en ben wat anders gaan doen.
 
Vanuit het bovenstaande perspectief kijk ik dus tegen de wereld en deze film aan.
Mijn antwoord.
 
Uiteraard heb ik nog steeds warme banden met de krijgsmacht. Soldaat-zijn is namelijk niet iets van een uniform, dat zit in je, dat ben je tot je dood.
 
Onlangs sprak ik met één van mijn allerbeste vrienden, ‘top of the top’, net terug van zijn zoveelste missie in Afghanistan, waar hij voor netto 3,94 euro per uur een zeer groot deel van de tijd in levensgevaar verkeerde. Maar dat is een ander verhaal.
 
We bespraken de film, die voor een groot deel gaat over de eerste commandant van zijn korps. Als wij samen zijn gaan we diep en ik zei dat ik niet zou weten of ik dat zou kunnen… zomaar een mens in koelen bloede afknallen. Los van wat ik ervan vind.
 
‘Dat kun jij, PA’, zei hij zeer beslist. En begon een verhaal over hoe het er in Afghanistan aan toe gaat. Precies zo’n zelfde ‘Mindfuck’ als toen in Indië dus.
‘Je weet gewoon niet wie soldaat is, wie boer. We lopen langs en ze harken vriendelijk lachend de grond. Je bent voorbij en ze halen mitrailleur onder hun jurk vandaan. Of handgranaat. Of ontstekingskastje voor bom waar je net langs loopt.
 
Ik begrijp volkomen waarom Westerling dat wel kon als hij zo’n vent te pakken had. Dat zou jij ook doen!’ Ik vroeg niet verder.
 

Ik vroeg wel wat de film DE OOST met hem als veteraan doet.

‘VEEL.’

Als iemand in hun burgerkring de film heeft gezien, moeten hij en zijn collega’s zich steeds verdedigen. Dat snijdt in hun toch al getergde ziel. Hijzelf kan er nog wel tegen, maar veel collega’s lopen op hun laatste benen. Defensie doet (Hij zegt ‘Framed!’) of hulp goed is geregeld, maar als iemand hulp nodig heeft, moet hij er voor knokken.
 
‘En je weet, als een militair eindelijk hulp vraagt, zit hij vaak al in de suïcidale fase. Ik begrijp die doorgedraaide Belgische militair heel goed.
 
DAT GA JE HIER OOK KRIJGEN!…’
 
… zeggen hij en één van mijn echte zonen, die psycholoog is bij een GZ instelling en bevestigt dat de wachttijd 5,5 maand is. Probleem is het tekort aan GZ-psychologen èn het ziektekostenstelsel.
 
Tijdens de Vierdaagse 2018 sprak ik een Srebrenicaveteraan, sergeant-majoor GNK ten tijde èn ter plekke. Hij vertelde dat op dat moment (juli 2018), van de Srebrenica veteranen er vijfentwintig zelfmoord hadden gepleegd. Zijn verhalen roepen nu nog tranen op.

Zo gaat Nederland om met zijn mensen,

naar mijn mening DE BESTEN DIE WE HEBBEN!

De film.
 
Die had er nooit mogen komen! Beter gezegd; die had nooit met belastinggeld gefinancierd mogen worden, het staat eenieder natuurlijk vrij om commerciële avonturen aan te gaan.
 
Nu heb je de situatie dat mijn vader en twaalf andere familieleden, verbitterd het graf zijn ingedragen, omdat zij nooit hun welverdiende POW-salaris hebben ontvangen, en van dat geld er een film wordt gefinancierd, waarbij zij postuum een mes in de rug krijgen. Want dát is die film en niets minder.
Wat voor de film geldt, is ook van toepassing op alle andere activiteiten in de reeks, waarvan de film slechts een deel uitmaakt.
 
Dat begon met de verhuizing van het IHC van Bronbeek naar het peperdure en vrijwel onbereikbare Sophiahof in Den Haag. Daarna dat boek van ene Limpach. Zeer eenzijdig, zonder een greintje militaire kennis, kunde en ervaring geschreven, maar met een duidelijk doel. Dat doel werd bereikt toen de regering opdracht gaf tot het in aanvang ‘Dekolonisatie-Onderzoek’ genoemde werkgelegenheids-project voor overbodige, maar scoringsdriftige historici. Ook weer van het bloedgeld van mijn familie.
 
Als kers op de rotte taart kregen we nog een boek van ene van Reybrouck en een voorlichtingspakket over ONZE geschiedenis van de zus van de filmmaker.
Het hele incestueuze gebeuren stinkt aan alle kanten en is doordrenkt van nepotisme en vriendjespolitiek!
 
Mooie functies worden vergeven aan b.v. Sylfraire Delhaye, als dank voor zijn rol in het Back-pay-debacle.
 
Opdrachten het Indisch museum te restylen worden gegund aan vriendjes.
 
Bronbeek, ooit onze rots om op terug te vallen als we het moeilijk hadden, is veranderd in een voortuin van de Indonesische Ambassade.
 
De Papua’s zijn geofferd aan het economisch belang en Indonesië kan ongestoord zijn genocide-praktijken blijven uitvoeren.
 
Terug naar de film. Eigenlijk heb ik het meeste commentaar al langs zien komen. Ik ben militair en heb mij van minuut één tot en met de disclaimer, rot geërgerd aan zaken die niet kloppen.
 
Mijn moeder heeft jarenlang als blank tienermeisje, onder de Javaanse naam Suharti, achter de demarcatielijn vertoefd. Zij heeft van nabij gezien hoe de Hisbollah en Darul Islam de bevolking terroriseerden en uitmoordden.
 
ZÍJ DROEGEN ZWARTE UNIFORMEN!!
 
Verder denk ik dat het weinig zin heeft al de kritieken nogmaals te herhalen.
Groot bezwaar heb ik tegen de versimpeling door de film en alle andere activiteiten. Het was een zeer complexe, gekmakende situatie, vooral voor ons Indo’s.
 
Zo is Sukarno nu nog een held van mijn moeder. Zo zingen mijn moeder en haar broertje Sjugito, nog steeds uit het hoofd het ‘Raya Indonesia’, het Indonesische volkslied, dat er bij hen is ingestampt en dat zij ‘om te overleven’ bij iedere gelegenheid uit volle borst meezongen.
 
Waar mijn moeder Sukarno aanbad, zo was Genderal Sudirman mijn held, een ‘militair genie’, van wie Nederland nooit had kunnen winnen.
 
Dit ‘Gekkie’, zoals Taihuttu mij noemt, heeft alles beschreven in een boek, ik heb niets te verbergen.
 
Wel wat te verbergen heeft de toenmalige regering, de mensen die besloten dat er niet met Sukarno gepraat moest worden, de mensen die besloten dat de enorme ‘cash-cow Nederlands-Indië’ behouden moest blijven.
 
Déze mensen zijn verantwoordelijk voor al het leed na 17 augustus 1945. De huidige regenten zijn verantwoordelijk voor het leed dat zij ons, en de jonge veteranen aandoen met deze sensatiebeluste geschiedvervalsing!
 
Hier laat ik het bij. Voor wie meer wil weten over hoe ik in deze wedstrijd sta, verwijs ik gemakshalve naar mijn boek ‘Tussen twee Vuren’ en mijn website.