ONTSLAG, KL OF TNI

FRED KIEST VOOR DE KONINKLIJKE LANDMACHT
Drie opties voor KNIL-militairen

Ter inleiding:

Dertien van mijn familieleden hebben nooit hun salaris uitbetaald gekregen over de mensonterende jaren in Japanse krijgsgevangenschap. Eén daarvan is mijn oom Fred. Na 8 jaar doodsangst, slavenarbeid, uithongering en vechten tegen familieleden notabene, nam hij in 1950 afscheid van zijn geboorteland. In het boek ‘Tussen twee Vuren’ kwam ik de volgende passage tegen.

Met de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949 had Nederlands-Indië opgehouden te bestaan.
 
Een pijnlijk gevolg was dat het KNIL overbodig was geworden. Onder-tussen was dat KNIL op sluwe wijze, door gladde juristen omgetoverd tot Koninklijk Nederlands INDONESISCH Leger, met levenslange negatieve gevolgen voor de militairen daarvan.
 
Wat te doen met al die soldaten van dat leger? Diezelfde juristen bedachten in opdracht van ‘Den Haag’ de volgende oplossing; bij wijze van goede wil van het vaderland legden zij hen een keuze voor, en die bestond uit drie mogelijkheden.
De eerste; eervol ontslag nemen en een burgerbetrekking zoeken zodat de staat van hen af was.
 
De tweede; bij de Koninklijke Landmacht in dienst treden, maar dan wel in een lagere rang en op een tijdelijk dienstverband.
 
De derde; ja echt, het KNIL was immers óók een INDONESISCH leger, de derde absurde keuze was indiensttreding bij de Tentara Nasional Indonesia, de TNI, waar je in de naasthogere rang terecht zou komen.
 
Hoe bizar ook, toch waren er die hiervoor kozen, die de jarenlange haat opzij konden zetten en overstapten naar de vijand.
Voor Fred was deze optie ONBESPREEKBAAR, ondanks dat hij de woorden van neef Mawi, officier bij de TNI, vele malen had overdacht.
 
Hij vocht zelfs zijn ontslag uit het KNIL aan, omdat zijn vrienden bij de marine een groot bedrag hadden gekregen als compensatie voor de oorlogsjaren. Hij vond dat hij ook recht had op achterstallig salaris van de drieënhalf jaar gruwelijke slavenarbeid in Japanse krijgsgevangenschap.
 
De Nederlandse Staat had immers geld ontvangen uit de verkoop van de Birma-Siam spoorweg! Dat geld kwam hen toe. Vele collega’s schaarden zich achter hem, maar van uitbetaling was geen sprake. Wel beloften dat het in Nederland goed zou komen…
 
‘Dus teken maar voor de KL.’

...de derde absurde keuze was indiensttreding bij de Tentara Nasional Indonesia, de TNI, waar je in de naasthogere rang terecht zou komen...

Niemand twijfelde eraan of recht zou geschieden in de RECHTSTAAT Nederland. Fred kon zich niet voorstellen dat zo’n land zijn trouwste dienaren zou behandelen als rotte vis!
 
Toen de KL beloofde dat militairen op kosten van het rijk met hun gezin naar Nederland zouden worden overgebracht, tekende Fred voor de KL en trad op 24 juli 1950 in tijdelijke dienst. Op 26 juli werd hij eervol uit het KNIL ontslagen.
 
Ondertussen had Daidanco Corrie niet stilgezeten. Zij had met de Oorlogsgravenstichting geregeld dat haar ouders zouden worden herbegraven op het Nederlandse Ereveld Kalibanteng in Semarang. Fred hield de scheepsbewegingen in de gaten en de eerstbeste kans op passage was op 9 oktober 1950 met de oude aftandse Amaropura.
 
De echtelieden wilden niet de kans lopen weer maanden te moeten wachten, dus kozen voor dat schip. Corrie regelde dat de herbegrafenis ook op 9 oktober zou plaatsvinden.

Zo trokken zij die dag voor de laatste keer de deur dicht van het huis in Salatiga en togen naar Semarang, waar zij de plechtige herbegrafenis bijwoonden en vervolgens naar Tandjong Perak scheurden.

Daar gingen zij aan boord, met al hun aardse bezittingen in één plunjebaal en één koffer. Maar dat interesseerde hen geen moer!!

Het allerbelangrijkste waren die twee kleine hummels op hun armen, dat zij alle ellende hadden overleefd en dat ze bij elkaar waren.

Voor het laatst namen ze afscheid van hun vaderland, op weg naar nieuwe avonturen.

En behalve nog twee prachtige kinderen, nichtje Rose en neefje Jan, kwamen die avonturen er volop.